10 tips om les te geven op diverse niveaus in jouw klas!

    Redactie
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    Door Redactie in de groep Waarom het onderwijs verandert 92 dagen geleden
    10 tips om les te geven op diverse niveaus in jouw klas!

    Leerlingen die het niveau niet kunnen bijbenen of juist leerlingen die al verder zijn dan de gemiddelde leerling in de klas. Als leraar heb je daar dagelijks mee te maken in de klas. Het zorgt ervoor dat je op verschillende niveau les geeft. Hoe kan je differentiëren in de klas en de onderwijskwaliteit hoog houden? Gebruik deze 10 tips!

    image

     

    1. Verdeel je klas in twee à drie subgroepen
      Leerlingen verschillen onder andere in begripsniveau. Op basis van een toets en/of je eigen observaties kun je de leerlingen in twee à drie subgroepen indelen: een groep op het gemiddelde niveau, een groep die de basis nog niet beheerst en eventueel een groep die al boven het gewenste minimumniveau zit.
    2. Differentieer in instructie en begeleiding
      De groep op het gemiddelde begripsniveau kan na de instructie gelijk aan het werk. De groep die de basis nog niet beheerst, geef je extra instructie en meer tijd om het denkproces te activeren. De groep die al boven het gewenste minimumniveau zit, kun je al eerder loslaten. Zij kunnen zelfstandig aan het werk gaan.
    3. Differentieer op basis van leervoorkeuren
      Ieder mens is anders en leert anders. Ook als docent heb je een leervoorkeur en jouw doceervoorkeur stijl sluit daar meestal bij aan. Maar die doceervoorkeur sluit niet altijd aan bij de leervoorkeuren van de leerlingen. Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat leerlingen geen vaste leerstijl hebben, maar hun leervoorkeur kan wel verschillen. Het heeft een positief effect als je leerlingen een keuze biedt in werkvormen. Zij kunnen vaak prima aangeven wat voor hen goed werkt.
    4. Differentieer op basis van leertijd
      Waarom zouden leerlingen die de lesstof al snappen dezelfde opdrachten moeten maken als leerlingen die moeite hebben met de stof? Laat daarom de eerste groep leerlingen bijvoorbeeld alleen de kernopdrachten maken, mits zij zich bewijzen bij de toets.
    5. Maak extra uitdagende opdrachten zinvol
      Leerlingen hebben vaak niet zoveel zin om een extra opdracht te maken. Een slimme oplossing hiervoor is ervoor te zorgen dat de hele klas profiteert van de extra opdrachten. Bijvoorbeeld: als een aantal leerlingen de tekst uit een boek al snappen, laat ze dan twee extra artikelen uit een Engelse krant lezen. Vervolgens houden deze leerlingen een Engelse nieuwspresentatie, waarbij iedereen vragen mag stellen. Op deze manier zijn alle leerlingen op het juiste niveau bezig en wordt iedereen uitgedaagd.
    6. Differentieer via het huiswerk (preteaching)
      Ga je de volgende les een moeilijk onderwerp of een moeilijke tekst behandelen? Hier kun je in het huiswerk al rekening mee houden. Geef de leerlingen gerichte vragen, waarmee zij het onderwerp of de tekst thuis kunnen voorbereiden. Bespreek de huiswerkopdracht aan het begin van de les na en geef feedback. Door deze manier van differentiëren zorg je dat alle leerlingen bij het begin van de les een gelijker niveau hebben.
    7. Breng niveaus in opdrachten aan en koppel deze aan je lesdoelen
      De vragen die je aan leerlingen stelt en de opdrachten die je hen geeft, verschillen in moeilijkheidsniveau. De Taxonomie van Bloom en vergelijkbare indelingen als RTTI (reproductie, toepassing, inzicht) en OBIT (onthouden, begrijpen, integreren, toepassen) bieden handvatten om deze moeilijkheidsniveaus te onderscheiden. De Taxonomie van Bloom kent zes niveaus die oplopen in complexiteit. Je kunt deze niveaus koppelen aan je lesdoelen: groep 1 beheerst aan het einde van de les niveau 1 en 2; groep 2 niveaus 1 t/m 3 en groep 3 niveaus 1 t/m 4.
    8. Durf te experimenteren
      Voor de meeste docenten is differentiëren iets nieuws. Zoals bij alle nieuwe dingen geldt ook hier: hoe meer meters je maakt, hoe beter het gaat. Het is iets wat je moet leren door te doen. Ga ermee aan de slag en durf te experimenteren!
    9. Reflecteer samen met de leerlingen
      Een reflectiemoment met de leerlingen kan waardevolle informatie opleveren. Veelal geven de leerlingen zelf aan wat ze fijn vinden. Een veel gehoorde reactie van leerlingen is dat ze het fijn vinden om gerichte aandacht te krijgen en dat het hen motiveert.
    10. Begin klein
      Het kost tijd om te ontdekken wat elke leerling nodig heeft en om geschikte lessen te ontwerpen en bij te stellen. Aarzel daarom niet om klein te starten, bijvoorbeeld in één klas en met één differentiatievorm (zie tips 1 t/m 7). Zo beperk je je voorbereidingstijd. Daarnaast kun je ook overwegen om dit samen met collega’s op te pakken, zodat je materialen kunt uitwisselen. Wellicht is het zelfs mogelijk om professionaliseringstijd te besteden aan een materiaalontwikkeling met collega’s.

    Differentiëren is vooral ‘organiseren’. Maak in de klas bespreekbaar waarom je differentieert, en hoe jij je leerlingen daar goede manieren voor aan wilt bieden die de les leuker maken. Het haalt veel vragen en onzekerheid weg en helpt je aan de verbondenheid en veiligheid die je graag voor je leerlingen wilt. Ook kan het helpen om dit voorafgaand aan de les te oefenen.

    Meer concrete inzichten en handvatten om op diverse niveaus les te geven en excellent onderwijs te bieden? Kom naar het professionaliseringsevent Leraren maken het verschil! op 22 november. Schrijf je hier in!

    Bron: Differentiëren is te leren; Meike Berben en Mirjam van Teeseling (2014)

    Redactie: Leraren maken het verschil

      

    image