Noodkreet uit Zeeuws Vlaanderen

    Martijn Hoek
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    Door Martijn Hoek in de groep JOUW LOOPBAAN 42 dagen geleden

    Noodkreet uit Zeeuws-Vlaanderen

    Samenvatting

    Krimp in het onderwijs is inmiddels niet meer beperkt tot de grensgebieden van Nederland. Ook in de randstad krijgen scholen te maken met een dalend leerlingenaanbod. De effecten van de krimp worden vaak op scholen opgevangen door verschraling in aanbod en clustering van jaarlagen of niveaugroepen. Als dat niet meer voldoende soelaas biedt, wordt een oplossing gezocht in het fuseren van scholen, maar wat als er in de nabije omgeving geen school meer is om mee te fuseren?

    Zeeuws-Vlaanderen is een dunbevolkt en uitgestrekt gebied en alle voorzieningen staan onder druk, zo ook het voorgezet onderwijs. Wij zijn al jaren aan vechten om ons hoofd boven water te houden. De staatssecretaris staat tot op heden inhoudelijk niet open voor onze problematiek. Met een petitie proberen we deze inhoudelijke aandacht wel te krijgen: https://petities.nl/petitions/voortgezet-onderwijs-moet-blijven-in-zeeuws-vlaanderen?locale=nl

    Als u het onderwijshart op de juiste plek draagt, wil ik u vragen om de petitie te steunen!

    Krimp in Zeeuws Vlaanderen

    Voor Zeeuws-Vlaanderen is krimp een verschijnsel dat zich al bijna 50 jaar laat gelden. Zo’n 25 jaar geleden heeft de krimp er toe geleid dat vanuit meerdere scholen, door fusies, de huidige scholen voor voortgezet onderwijs zijn ontstaan. Door deze fusies (zelfs over de denominaties heen, als unicum in Nederland) zijn in Oostburg het Zwin College (2017:ca 850 leerlingen), in Terneuzen de Rede (2017 ca 1000 leerlingen) en het Zeldenrust-Steelandcollege (2017 ca 1500 leerlingen) en in Hulst het Reynaert College (2017 ca 1300 leerlingen) ontstaan.

    Door de fusies zijn zogenaamde brede scholengemeenschappen ontstaan, scholen met een regiofunctie. Om een brede scholengemeenschap (voor leerlingen van LWOO t/m Gymnasium) te kunnen organiseren wordt wel eens de vuistregel gebruikt dat zo’n school minimaal 1200 leerlingen nodig heeft om goed te kunnen draaien.

    De Rede en het Zwin College zitten hier al geruime tijd onder. Dit laat zijn sporen in de organisatie achter. De scholen moeten keuzes maken in het aanbod om het onderwijs betaalbaar te houden. Er is dus geen ruimte voor allerlei leuke zaken waarover wij in de landelijke bijeenkomsten regelmatig bijgepraat worden. Enerzijds kennen de scholen hele kleine groepen in de bovenbouw (als je een VWO jaarlaag hebt van 25 leerlingen, verspreid over 4 profielen, dan begrijpt iedereen dat je hele kleine klassen over houdt), anderzijds is de onderbouw het kind van de rekening, hier worden groepen zo groot mogelijk gehouden (t/m 36 kinderen in een klas) om de begroting sluitend te krijgen. Nu de krimp nog verder doorzet en de aantallen kleiner worden, zijn clusters in de bovenbouw noodzakelijk. In de profielen worden jaarlagen of niveaugroepen samengevoegd om wat meer volume te creëren. 

    Dit kent overigens zijn grenzen, met een krimpende school daalt ook het aantal FTE docenten. Dezelfde lessen moeten dus gegeven worden door minder docenten. Dit legt samen met het clusteren van groepen een enorme druk op het lesrooster en de onderwijskwaliteit. Voor sommige leerlingen lukt het niet meer om het lesrooster sluitend te krijgen en in deze gevallen worden de lessen die niet regulier ingeroosterd kunnen worden (vrijwillig) gerealiseerd in de pauzes van de docenten en leerlingen, of op een ander gezamenlijk vrij moment. Op de wijze wordt een poging gedaan om de leerlingen in deze regio’s toch dezelfde kansen te bieden als leerlingen in de randstad.

    Andere investeringen worden tot een minimum beperkt, waar wij collega’s in den lande horen mopperen over het smartboard of hun iPad, werken wij nog steeds met een krijtje of stift op een ouderwets bord en staan er PC’s op het bureau die al sinds 2006 hun werk moeten doen. Geld voor vervanging is er niet en dreigen we de laatste ontwikkelingen op het gebied van digitalisering en personalisering mis te lopen.

    Met de andere scholen in Zeeuws-Vlaanderen wordt al jaren samengewerkt om dingen die we goedkoper samen kunnen doen ook daadwerkelijk samen te doen. (bijvoorbeeld ICT ruggengraat, administratie etc)

    Hoe nu verder?

    Dat is een vraag waar wij als Zeeuws Vlaamse scholen al jaren mee bezig zijn. We zijn hard aan het ontwikkelen om een onderwijsvorm op poten te zetten die meer ruimte biedt voor het maatwerk wat wij moeten en willen leveren aan onze leerlingen en, gezien onze regiofunctie een zo breed mogelijk aanbod. (dit brede aanbod bestaat uit het minimumpakket + Gymnasium, NLT, BSM en 3 VMBO sectoren)

    Er is een passende onderwijsvorm gevonden, die voldoende ruimte biedt voor de benodigde flexibiliteit en ook past bij het DNA van onze streek en de regiofunctie. Helaas levert deze onderwijsvorm niet meer financiële ruimte om ons onderwijs te organiseren. Met andere woorden, wij zijn al erg efficiënt bezig, de nieuwe vorm is helaas niet nog efficiënter dan onze huidige vorm.

    Een eerste logische vraag van een buitenstaander zou kunnen zijn: Wordt het geen tijd voor een nieuwe fusie van de scholen in Zeeuws-Vlaanderen en om de activiteiten in Terneuzen te centreren?

    Iedereen die zich een beetje verdiept in de streek begrijpt waarom dit een lastig verhaal wordt. Zeeuws Vlaanderen is een zeer uitgestrekt gebied, met een marginaal openbaar vervoer. In West Zeeuws Vlaanderen wonen ongeveer 24000 mensen, verspreid over 15 kernen en de polders daar tussen. Veel dorpen zien in de wintermaanden geen lijnbus, dus veel leerlingen moeten eerst op de fiets naar Oostburg of Breskens om gebruik te kunnen maken van het openbaar vervoer. Daarna volgt nog een reis van ruim een uur om met de bus in Terneuzen te komen. Gemiddeld fietsen kinderen zo’n drie kwartier om in Oostburg bij het busstation aan te komen, dus de enkele reis komt totaal op 1 uur en 45 minuten!

    (Ter vergelijking: Amsterdam->Den Helder 1 uur en 15 minuten, Zoetermeer->Tilburg ca 1,5 uur)

    Gezien de enorme afstanden is het praktisch niet uitvoerbaar om het onderwijs in Terneuzen te centraliseren. Nog los van de enorme kosten die dit leerlingenvervoer met zich mee gaat brengen.

    Een ander idee dat wel eens wordt geopperd : waarom maak je in Hulst en Oostburg geen junior colleges, met alleen de onderbouwklassen?

    Los van de vervoerskosten en de enorme reistijden doe je hiermee de beide regio’s tekort. De scholen hebben een regiofunctie, er gebeurt veel meer dan alleen het organiseren van onderwijs. Zo zijn er bonte avonden, sportdagen, excursies en projecten waarbij onderbouw samenwerkt met bovenbouw. Jong leert veel van oud en andersom. In de regio’s heeft de schoolgaande jeugd een belangrijke rol bij verenigingen en in bijbaantjes. De jeugd kent elkaar van school en dat bevordert de samenhang in de samenleving enorm. Als je onderbouw en bovenbouw uit elkaar haalt, ga je hier volledig aan voorbij. Bovendien zullen de leerlingen uit de bovenbouw geen tijd meer overhouden voor de andere activiteiten naast school, door hun enorme reistijden. Sporten, werken en vrije tijd wordt onze jeugd voor een groot deel ontnomen.

    Wat dan wel?

    Het klinkt makkelijk, maar iemand die de moeite neemt om zich inhoudelijk te verdiepen in onze worsteling zal de ware achtergrond van onze vraag respecteren: Wij vragen de overheid om samen met ons goed naar de regio te kijken en met ons te bepalen hoeveel extra middelen noodzakelijk zijn om de brede scholen in de flanken van Zeeuws-Vlaanderen overeind te houden. Wij vragen geen exorbitante bedragen, maar een oplossing die recht doet aan de inwoners van een deel van Nederland.

    Tot op heden heeft de staatssecretaris vooral goed op het geld gepast, dat is een belangrijk deel van zijn werk, dus begrijpelijk dat dit zo is gelopen.  Wij betreuren het echter dat de staatssecretaris zo vasthoudt aan gelijkheid in bekostiging en dit laat prevaleren boven gelijkheid in kansen.

    Middels een petitie willen wij de Nederlandse politiek vragen om onze problematiek inhoudelijk serieus te nemen. In Zeeuws-Vlaanderen rijst de vraag: Horen wij er nu bij of niet? De petitie heeft 40.000 handtekeningen nodig en dat is nog best lastig in een dunbevolkt gebied als Zeeuws Vlaanderen. Daarom vragen wij u om uw steun: Teken a.u.b. de petitie en help ons om het onderwijs in Zeeuws Vlaanderen in stand te houden!

    https://petities.nl/petitions/voortgezet-onderwijs-moet-blijven-in-zeeuws-vlaanderen?locale=nl